ON THE ROAD – deel 9 – Op weg naar het einde

Of wat die twee onderweg naar de Paus hun geliefden wel moèsten opbiechten..

Ook nu weer leen ik een boektitel van in dit geval onze volksschrijver Gerard Reve om te duiden hoe ver we op weg zijn. Andermaal hoppen we van hot naar her om de laatste beziens- of beter beschrijfwaardige dingen te vermelden. Terugreizend in de tijd en de route vanaf het Tiroolse bergland, ‘meestromend’ met de Rijn ontmoet u de nodige komische, maar ook serieuze wetenswaardigheden. Ik verwacht dat u het beeld van een drietal piëta’s in dit deel als het meest indrukwekkend zult ervaren, maar hoop ook de nodige humor èn ervaringen des levens aan u kwijt te kunnen. Eén ding verklap ik reeds: ook in deze fase van de reis blijft de biechtstoel nog leeg.

‘n Raadsel, daar begin ik mee: mail mij als u weet waarvoor de hier afgebeelde landbouwwerktuigen dienen en wat de functie is van de schuren her en der op de Alpenweiden. Mij is dat niet duidelijk, ook omdat er geen erfafscheidingen waren noch vee rondstruinde. cdekler@hetnet.nl Even terzijde: plaatjes en tekst staan niet steeds bijeen.

Als u aan ’t uitzoeken bent, kijk dan goed op onderstaand plaatje of u de Adelaar ook ontwaart – op de weg dan. Tsjonge, wat reed die maat lustig omlaag, daar tussen die hoge Alpentoppen, alsof hij er wekelijks kwam. Nou even verderop was dat dan ook zo. U hoort daar nog van. Niet voor te stellen dat ook daar oorlog heeft gewoed. Hevig zelfs, zoals op een Denkmal is af te lezen. Tirol was sinds de 13e eeuw een ‘Sonderstellung’’ in het Heilige Duitse Keizerrijk met maar één doel: ‘der Freiheit des Landes’ (idd: ‘der’) zo maken we uit de breeduitgemeten tekst op. Tijdens de Spaanse ‘Erbfolgekrieges 1700-1714’, bij ons bekend als de Spaanse Successieoorlog, tussen de Habsburgse keizer en de koning van Frankrijk moet er hevig gevochten zijn in dit gebied. Er zouden zo’n 20.000 vijandelijke manschappen door het dal zijn getrokken (waar wij fietsen) en over de Reschenpas. ‘Aber die Rechnung war ohne die Tiroler gemacht worden.’ De arme sukkels liepen in de val en ‘Wer nicht unter der Kugeln der Schützen fiel oder unter den Steinlawinen begraben wurde, musste sich ergeben. Nicht ein Mann entkam.’ Zo wordt anno 2003 (en tot op heden) trots vermeld en wie goed op het rode plaatje op de volgende pagina kijkt ziet de geweerkolf van een soldaat hoog geheven om de tegenstander te vermorzelen. Ik kan me een ingetogener herdenken voorstellen waar wel de vrijheid wordt gevierd maar tevens het omkomen van zoveel mensenlevens met enig mededogen wordt gememoreerd. Wij zagen ook een Denkmal in Nierstein van de Frans-Duitse oorlog uit 1870/71 – pardon, we zijn in Duitsland en daar heet die ‘natuurlijk’ Duits-Franse oorlog. What’s in a name… een boel dus.

Met zevenmijlslaarzen (in ons geval dus: zevenkilometerwieltjes) razen we intussen terug en tonen u graag een vrolijker figuur die we onderweg op een zonnige dag tegenkwamen. Een aantal corti-stalen sculpturen van racende collega’s – hier één:

Weet je wat, wij racen ook even een – pak weg – 5 à 6 honderd km terug naar waar die brede Rijn bij Lobith of daaromtrent ons land binnenkomt. Nou nee, iets meer stroomafwaarts bij die bocht bij Bingen bij het drama van de Lorelei. Rinus zal gniffelen en terecht als hij dit leest want zeker twee maal eerder op onze rit daar zag uw verslaggever een romantisch kasteel hoog in de bergen aan de overzijde aan voor die Lorelei. Leest u in de voetnoot wat ik er thuis over vond1. Nu we toch bij Bingen vertoeven, mag ik u de legende (en het plaatje) van de Mäuseturm niet onthouden.

1 De Lorelei is één van de mooiste watergeesten die bekend zijn. Zij was oorspronkelijk een Germaanse vrouw, die zich wegens liefdesverdriet in de Rijn verdronk. Zij nam daarna de gestalte aan van een sirene. Zij zat vaak in de zon op de ‘loerende’ rots. Het is de naam van een steile rots van ruim 1300 meter hoogte op de rechteroever van de Rijn, gelegen tegenover Sankt Goar. De plaats is bekend vanwege zijn echo. Door haar zang, begeleid door een harp en haar charme, werd menig schipper afgeleid, voer met zijn schip op de rots en verdronk.

Een gedicht van Heine (1795-1856) heeft haar opnieuw zeer bekend gemaakt: ‘Ich weiss nicht was soll es bedeuten. Dass ich so traurig bin.’ In 1864 schreef Max Bruch de opera Die Lorelei. […]Nixen zijn betoverende geestelijke wezens in mens- of diergestalten, die volgens de Germanen bronnen, beken, meren, rivieren en de zee bevolkten. Ze komen voor in de Germaanse mythen. […] De vrouwelijke nixen, ook wel waterelfen of undinen genoemd, zijn erg mooi, zitten in de zon, kammen hun haar, zoals Lorelei, en hebben een vissenstaart.[…]Undine is de personificatie van Paracelsus, de geest van het element water.

Op dat eilandje werd ooit tol geheven door de Mainzer bisschoppen. Het verhaal gaat dat één van hen, ene Hatto I, de boeren graan afperste en zich op dat eiland verschanste. Toen de prelaat na een strenge winter van bedelaars af wilde, liet hij ze samendrijven in een schuur en deze in brand steken. Als straf voor deze wandaad, zo gaat het verhaal, zou daarop een horde muizen de goddeloze prelaat de toren hebben ingejaagd en hem daar hebben opgevreten. Zo dat hebben we ook weer gehad. Wat ik u nog wil vertellen? Och nog zoveel, maar ruimte hè. Nou van die kerktoren dan, die in het water staat in de Rechensee, waar vele dagjesgasten zich voor laten kieken, en zo ook wij, kijk maar. Mooi hè! Tegenwoordig wel, maar weet u toen de overheid daar ooit de bewoners weg wilde hebben om er een groot stuwmeer te vestigen, alles te begrijpen hoor, er moet ook witte steenkool komen en zo hè, maar als ik vragen mag; waarom moesten de landbouwers daar dan met een minimale compensatie het (uitgestrekte) veld ruimen! Nee, dan is dat plaatje niet meer zo idyllisch, en kan ik maar beter mijn herinnering aan de toren in een vijver memoreren, die ooit als kunstwerk de aandacht trok van studenten en bezoekers van de nieuwe Technische Hogeschool Twente, op de campus van wat nu de TU is in Enschede.

Nu we toch heen en weer hoppen gaan we even aan in het vriendelijke plaatsje Lorsch waar we ons laafden aan.. ja wat dronken we die late middag aan dat gezellige pleintje met een pittoresk raadhuis en waar kinderen speelden bij een bronstig monument. Bij nader inzien bleek dat een tribuut aan de nijvere textielwerk(st)ers die dat stadje tot welvaart brachten. Dat doet je na al dat misnoegen over het hiervoor geschetste geestelijk en wereldlijk geweld goed. Zo goed dat u er via een vredig fotootje hiernevens van kunt genieten. Trouwens nu moet ik u ook maar verklappen dat al die ooit schuldige landschappen in Duitsland, die beukenbossen in Duitsland ook, die waar wij doorheen kwamen, tot het vredige en eerzame erfgoed van de cultuurbehoeder van de Verenigde Naties, de Unesco zijn verklaard. Wegens ruimtenood moet u zich nu maar even zelf zo’n bladgroen Wald voor ogen toveren.1

1 Bron: Unesco – werelderfgoed – de mooiste en meest bijzondere plekken op aarde. Uitg. van dagblad Trouw.

Ofschoon we in dit en het vorige deel al hoppend van ver naar dichtbij reizen om in het volgende en laatste deel opnieuw Rome aan te doen en bij Bleiswijk uit te komen, keren we nu nog even om naar Sigmaringen. Waarom? Omdat wij onder het dak sliepen van pension Pfefferle – laat ik me maar wijs maken dat dat Pepertje betekent in het Nederlands – maar meer nog om de voor die maandag de 12e augustus bedachte haiku van Maria aan te halen.

dag is lang van zon/nu onderdak gevonden/avond na hitte

Een voorspelling waarvan ik in mijn Moleskine schreef: ‘Klopt helemaal: fijn rustig onderdak Gasthof Pfefferle in Sigmaringen – ten Noorden van het Bodenmeer. We naderen dus (Zwitserland) Oostenrijk.’ Net toen wij daar fietsten, zo bleek mij later, stond er in het gerenommeerde dagblad Trouw een verhandeling over de haiku en de globalisering daarvan.1 Onder de kop: ‘In de ban van een gedicht’ wordt o.m. beschreven dat een haiku aan drie basisregels moet voldoen. De eerder genoemde 3 dichtregels met altijd 5-7-5 lettergrepen, daarnaast een referentie naar een jaargetijde en de overschakeling naar een ander beeld of situatie. Van de vader van de haiku Matsuo Basho de beroemde regels over de Kikkervijver – een verwijzing naar de lente, wanneer de dieren na hun winterslaap weer tevoorschijn komen:

ach oude vijver/de kikkers springen er in/geluid van water

Van een inkijk in de Japanse cultuur is het een grote stap, dunkt me, naar het Westen.Geen biecht nog, maar tot besluit wel een icoon uit de op het christendom geënte kunstwereld.

Naar aanleiding van ons bezoek aan Koblenz namelijk wil ik u een drietal Piëta’s tonen. Een piëta is een kunstwerk, Maria voorstellende, met haar lijdende zoon Jezus op schoot. U ziet het indrukwekkende zwartmarmeren beeld van Käthe Kollwitz in gedenkplaats Die Wache in Berlijn1, de mooie piëta van Michelangelo in de St. Pieter in Rome2 en het kleurrijke kunstwerk in de Liebfrauenkirche in Koblenz3. Persoonlijk ontroert mij het betraande gezicht van Maria in de kerk van Onze Lieve Vrouwe het meest.

1 Maria en ik waren 22 en 23 nov. 2013 in Berlijn en zagen opnieuw het aandoenlijke beeld – ervoor een groot aantal kransen van de hoogste Duitse gezagsdragers ter herdenking aan een bombardement 70 jaar geleden. In BERLIN Tagesspiegel van 22 nov. 2013 lazen wij de herinneringen van een ooggetuige: “Der Turm. Am 22, und 23, November 1943 wurde Berlin bombardiert wie nie zuvor. Tausende starben. Auch die Gedächtniskirche wurde zerstört.” Onder de ooggetuigenfoto staat Kind in Angst en we zien een beeld van de 70-jarige ruïnekerk.

2 Drommen bezoekers verdrongen zich voor dit topstuk van Michelangelo – Rinus maakte over de hoofden heen ook een foto van deze misschien wel beroemdste pièta. De hier getoonde afbeeldingen zijn van o.g.

3 We zien een op een lendendoek na naakte bebaarde man met op zijn rechterborst een bloedige snede (de stigmata Christi, de wonden van Chr.) languit liggend op de schoot van een in goud brokaat gehulde madonna.

1 Ook buiten Japan, zo staat er in Trouw van 3 augustus 2013 is het haiku-gedicht populair. Vooral in het Europees taalgebied merken ze bij het museum voor haiku-literatuur in Tokio. Jack Kerouac, naar wiens boek On the road ik deze reisbeschrijvingen heb vernoemd, heeft ook een serie haiku nagelaten en ‘Haiku Herman’ van Rompuy, de Belgische voorzitter van de Europese Raad van Ministers stuurt haiku’s naar zijn 120.000 twittervolgers.

Cornelis de Kler – april 2014