Alles stroomt – deel 1

Of hoe de Adelaar en de Hagenaar toch nog het Magische Praag wisten te vinden..

“Panta rhei” oftewel “Alles stroomt” is een bekende uitspraak van de filosoof Heraclitus. Die bedoelde daarmee dat niets hetzelfde blijft en alles altijd verandert. Neem maar een rivier: als je daar de ene dag bent langs gefietst zul je er de volgende dag nooit dezelfde rivier aantreffen. Het water dat je ziet is niet hetzelfde water als de dag tevoren. (zie eindnoot 1)

Met Rinus naar Praag - aug 2012 140

Welnu, deze wijsheid inspireert mij een korte impressie van onze reis naar Praag te schrijven waar we tal van rivieren, kanalen, meren en stroompjes kruisten. En ofschoon er bekende namen bij zijn als Rijn en Moldau, al deze waterwegen zijn als u dit leest al weer geheel veranderd sinds Adelaar – Rinus Vollebregt uit Bleiswijk en Hagenaar – ondergetekende, langs al die bruisende stromen en wateren hun weg zochten. 

Naar Praag dus. Maar hoe! En wat troffen ze in die opwindende metropool aan? En dan die hilarische terugreis per trein via.. Berlijn! In een drietal bijdragen hoop ik u te boeien met dit relaas, dat als deel 1 tevens bedoeld is als de penvoerder van de senioren van Toervereniging Zoetermeer 77 voor hun clubblad Fietspraat. 

Nu kwamen wij natuurlijk niet alleen maar met kanaal- en rivierwater in aanraking. Een flinke plens hemelwater – wie bedacht die term – was het eerste wat we over ons heen kregen. Toen op die 2e augustus van de regenrijke zomer 2012. Maar eenmaal Gouda voorbij klaarde het op en – geloof me – tot in de zonovergoten stad Praag, een dag of 12 later, waren de weergoden ons eensgezind goedgezind. Even fris soms des morgens maar verder slechts luchtige wielershirtjes om onze leden. En zo’n strak wielerbroekje natuurlijk met zeem om de zadelpijn te smoren. Ja, laten we het maar bekennen: echte toerrijders zijn ijdel. IJdeler nog dan menig vrouwmens. Ook als ze 70plus zijn.

Nu kwamen wij natuurlijk niet alleen maar met kanaal- en rivierwater in aanraking. Een flinke plens hemelwater – wie bedacht die term –  was het eerste wat we over ons heen kregen. Toen op die 2e augustus van de regenrijke zomer 2012. Maar eenmaal Gouda voorbij klaarde het op en – geloof me – tot in de zonovergoten stad Praag, een dag of 12 later, waren de weergoden ons eensgezind goedgezind. Even fris soms des morgens maar verder slechts luchtige wielershirtjes om onze leden. En zo’n strak wielerbroekje natuurlijk met zeem om de zadelpijn te smoren. Ja, laten we het maar bekennen: echte toerrijders zijn ijdel. IJdeler nog dan menig vrouwmens. Ook als ze 70plus zijn. 

Een schaduwrijk terrasje voor een kop koffie met iets lekkers en onze volgende al of niet landelijke bestemming – dat was waar we op toerden. Om te voorkomen dat dit verhaal te lang of saai wordt eerst wat feitelijkheden. Rinus had om de dag een hotelletje geboekt. We hadden dus speelruimte voor de dagelijkse af te leggen kilometers. Dat werkte voortreffelijk, trouwens ook de door mij afgesproken treinreis terug. We reden gemiddeld 107 km per dag en in totaal 1283, zaten 70 uur op het zadel met een gemiddelde van 18,3 p/u. En we klommen in totaal bijna 7.000 mtr. 

Dan de route die via bekende steden als Wesel, Eisenach en Pilzen liep maar meer nog via tal van dorpjes, bossen, bergen en gehuchten. Over de talloze waterwegen, bijzondere objecten en avontuurlijke ontmoetingen kom ik nog te spreken, evenals over die Europese, meer nog: wereldstad Praag, de magische hoofdstad van EU-land Tsjechië. 

Met Rinus naar Praag - aug 2012 016

Maar eerst moet me dit van het hart: Rinus, de man waar ik al eens mee naar de lichtstad Parijs pedaleerde en die mij vorig jaar veilig naar het Spaanse Santiago de Compostela vergezelde (eindnoot 2). Die Rinus dus, een reus (eindnoot 3) waar het de weg betreft, ook ditmaal loodste hij ons beiden met zijn GPS (eindnoot 4) over de meest grillige onbegaanbare ‘paadjes’ waar een mountainbiker nog voor zou omrijden. Hoe meer we ons einddoel naderden hoe scherper de keitjes werden waar we ons overheen begaven – het leek wel of ze speciaal geslepen waren om mij de nodige lekke banden te bezorgen. (eindnoot 5) Eenmaal doken we een van brandnetels en ander stekelig spul voorzien gat in waarvan ik dacht me nooit meer te kunnen bevrijden. Angstig roepend werd ik – beetje vloekend ook – na vele honderden meters buffelend de kleine man gewaar, die doodgemoedereerd zijn GPS volgde en inderdaad heelhuids zagen wij de wereld weer terug. 

Nou waren er ook wel asfaltpaden en straatwegen bij, zowel in Duitsland als Tsjechië, al moet ik toch ook de steile klimmetjes over ongebaand grind noemen waarvan de afdalingen nog iets meer stuurmanskunst vergden dan – laten we zeggen – het circuit van Zandvoort.

Met Rinus naar Praag - aug 2012 034

Nu dan die waterwegen waar we langs kwamen en die ik echt niet allemaal kan benoemen. Wel onze eigen Rijn natuurlijk, al was het de Hollandse IJssel of eerder nog de Rotte waar we langs kwamen. Op die eerste dag, die ons via de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal bij Nijmegen iets spectaculairs opleverde. Een oude havenkraan. Markant opgesteld aan de mond van de historische haven aan de Waal bij Nijmegen. Op de foto ziet u rechts de giek van dat ding. Ja havenkranen, objecten waar ik me in een vorig leven al eens druk over maakte – toen in verband met behoud van de nog fraaiere Fabritonkraan aan de Haagse Laakhaven. (eindnoot 6) 

Ter zijde: laten we nu de 2e dag ook weer zo’n kraan tegen komen! Weer moest ik tal van foto’s schieten – toen het nog kon, voor mijn camera het later op reis begaf. 

Voor we deel 1 besluiten moet ik huiskamercafé Oortjeshekken nog memoreren. Na een dag fietsen namelijk verleid ik Rinus daar een biertje te gaan drinken. Daar in de uiterwaarden aan diezelfde rivier de Waal. Gezellig was ’t daarbuiten, waar ik al eens eerder vertoefde met Maria. Goeie Rinus ging nu mee, was ook tevree, maar constateerde later wel dat we er 14 kilometer voor hadden omgereden.. Goeie vent toch – wist ons beiden die dag goed onder te brengen in hotel Rijnzicht in Doornenburg met inderdaad zicht op het Pannerdens Kanaal. 

En ja die Maria waar je het net over had. Dat minnaresje, die je geen dag kon missen! Hoe zat dat daar dan nu mee? Even hevig als in 2011 of 2010? Oké, daarover dan een tipje van de sluier in het 2e deel van deze natuurlijk veel te korte kroniek. (eindnoot 7) 

Cornelis de Kler – september 2019: bewerkte versie van Alles Stroomt uit 2012

Kraan van de Hollandsch-Duitsche Steenfabrieken – zie deel 2 later in Fietspraat

Waar de Rijn ons land instroomt

Een schaduwrijk terrasje voor een kop koffie met iets lekkers en onze volgende al of niet landelijke bestemming – dat was waar we op toerden. Om te voorkomen dat dit verhaal te lang of saai wordt eerst wat feitelijkheden. Rinus had om de dag een hotelletje geboekt. We hadden dus speelruimte voor de dagelijkse af te leggen kilometers. Dat werkte voortreffelijk, trouwens ook de door mij afgesproken treinreis terug. We reden gemiddeld 107 km per dag en in totaal 1283, zaten 70 uur op het zadel met een gemiddelde van 18,3 p/u. En we klommen in totaal bijna 7.000 mtr.

Dan de route die via bekende steden als Wesel, Eisenach en Pilzen liep maar meer nog via tal van dorpjes, bossen, bergen en gehuchten. Over de talloze waterwegen, bijzondere objecten en avontuurlijke ontmoetingen kom ik nog te spreken, evenals over die Europese, meer nog: wereldstad Praag, de magische hoofdstad van EU-land Tsjechië.

Maar eerst moet me dit van het hart: Rinus, de man waar ik al eens mee naar de lichtstad Parijs pedaleerde en die mij vorig jaar veilig naar het Spaanse Santiago de Compostela vergezelde (eindnoot 2). Die Rinus dus, een reus (eindnoot 3) waar het de weg betreft, ook ditmaal loodste hij ons beiden met zijn GPS (eindnoot 4) over de meest grillige onbegaanbare ‘paadjes’ waar een mountainbiker nog voor zou omrijden. Hoe meer we ons einddoel naderden hoe scherper de keitjes werden waar we ons overheen begaven – het leek wel of ze speciaal geslepen waren om mij de nodige lekke banden te bezorgen. (eindnoot 5) Eenmaal doken we een van brandnetels en ander stekelig spul voorzien gat in waarvan ik dacht me nooit meer te kunnen bevrijden. Angstig roepend werd ik – beetje vloekend ook – na vele honderden meters buffelend de kleine man gewaar, die doodgemoedereerd zijn GPS volgde en