BlogCornelis de Kler

Alles stroomt (deel 3)

Of hoe de Adelaar en Hagenaar in 2012 toch nog het Magische Praag weten te vinden..

Alles stroomt, maar aan alles komt ook een eind. In dit laatste kroniekje dwaalt uw Bleiswijk-Haagse duo door het metropolaire Praag, bezoekt daar een concert in de Spaanse synagoge – geen keppeltje, ontmoet op de Burcht een Tukkerse familie, flaneert over het bijna mooiste plein van Europa en reist met een prof, een Koreaanse en een muzikant – met z’n vijven in bed, via de Duitse hoofdstad terug naar haar – je weet wel: nog geen dag, geen uur…

20120813_153220

en merk op dat dit ook met stromend water van doen heeft: Pratska Kanalizase.

Eindelijk zijn we in het land van belofte, in Tsjechië. Nog een paar dagen en dan in Praag. Het valt op dat hoe dichter je bij die hoofdstad komt hoe beter de wegen – op het laatst van dat zwarte asfalt zo glad als hier te lande. Het is zondag en na de nodige hopvelden onderweg maken we kennis met de bierstad Pilzen, waar we het uitgestrekte brouwerijcomplex aandoen. Hoe komen we er nou bij dat je daar gratis en voor niks een biertje voorgeschoteld zou krijgen? Nou eigenlijk maar goed dat onze dorst niet groot is, want we moeten die dag nog ver. Langs een gigantisch drukke autobaan rijden we de stad uit, want Rinus’ GPS laat ons in de steek. Al zoekend raken ook wij elkaar kwijt en dan is het mobieltje toch een uitvinding hoor. We rijden eendrachtig samen op en bereiken zonder verdere horror onze voorlaatste stop: het stadje Horowice, waar we bijkans een heel hotel voor ons zelf hebben. Zo’n ‘communistisch’ hotel met veel marmer, hoge ramen, ruime kamers en grote eetzalen. Maar eten konden we er niet en gelukkig is er een villa-achtig restaurant met keurige bediening.

In geen dagen hebben we – we zijn een dag verder – zo lekker doorgereden over golvende wegen en door uitgestrekte graanvelden – voort willen we, op naar ons einddoel, het magistrale Praag, weerzien door mij en Rinus van die stad. Hij reed er met zijn vrouw kort nà de Fluwelen Revolutie van 1989, reed toen dezelfde 1.000 kilometer met Cycletours als ik met mijn broer Martien net er voor. Wij werden toen nog door het regiem ‘begeleid’ door een overigens aardige gids en deden we die andere bierstad aan České Budĕjovice – Budweiser, ook lekker.

Dankzij de GPS vinden wij de laatste 15 km naar onze bestemming, fietsend langs en over een der meest legendarische rivieren uit de literatuur en de muziek: de Moldau. Wie kent niet Smetana? Hij leefde van 1824 tot 1884 en is de grondlegger van de nationale Tsjechische muziekschool, componeerde o.m. Mijn vaderland, een cyclus van zes symfonische gedichten, w.o. De Moldau

20120813_123417

Zie de foto van de Moldau met op de achtergrond de Burcht en de Kathedraal, waarvan u het magistrale interieur op een foto hierna kunt bewonderen en opmerken dat schip en koor ten opzichte van elkaar een lichte knik vertonen. Spot ook de kruisribgewelven bovenin de kerk.

Vele kilometers hebben we door urbaan gebied gereden als we in de verte de Burcht zien oprijzen boven de stad – de volgende dag gaan we dat uitgebreide tafereel van kunsten, kloosters, archief en bibliotheek, bisschoppelijk paleis en residentie van de staat, kapellen en uiteraard de Sint Vituskathedraal nader in ogenschouw nemen. Daar is ook het Gouden Straatje waar de Kafkaëske boeken tot stand kwamen. Franz Kafka, die leefde van 1883 tot 1924 is een der meest gelezen schrijvers ter wereld. Hij publiceerde o.a. Het Proces, Het Slot, De Chinese muur en Een hongerkunstenaar en andere verhalen.

Langeafstand fietsen en kortebaan toeren, allemaal tijdverdrijf en het najagen van wind, – balsem voor de ziel, soms pijn voor het lijf – maar literatuur, kunst en architectuur versmaden dat is pas echt zonde. Nemen we straks de nachttrein van Praag naar Amsterdam, dan logenstraffen we mijn contra-credo omtrent de mensen die in slaapwagens door het leven rijden – u leest daar nog over verderop in dit reisverslag. Voor zijn vrienden mag deze cultuurdoctorandus graag de volksopvoeder uithangen – noemde Rinus al eens op weg naar Santiago geestelijk lui toen hij wat al te gemakzuchtig met zijn cultuurbarbarisme koketteerde. Aan de andere kant heeft ook kunst veelal van doen met de ijdelheid der mensen – bekend en uitgebeeld is bijvoorbeeld het vanitas-motief. Op schilderstukken vind je nogal eens de tekst Vanitas vanitatum et omnia vanitas uitgebeeld, hetgeen vertaald betekent: IJdelheid der ijdelheden. Wees gerust lezer, ook ik speel (samen) met u dagelijks theater.

Praag, magisch Praag, we zijn er – dompelen ons onder in het gigantisch drukke toeristengewoel – zien, horen, ruiken, voelen het leven – maar nu al maak ik u deelgenoot van mijn onmacht ook maar enigszins duidelijk te maken wat dat is: Praag doen – misschien wel kosmopolitischer dan Parijs. Door de compactheid van de stad heeft het toerisme er naar mijn smaak na de Wende richting kapitalisme groteske proporties aangenomen.

Ons afkerend van het gewoel en gewemel bij de stenen Palackŷbrug uit 1878 over de Moldau volg ik mijn maat het centrum in. Over Bruggen in Tsjechië kunt u meer lezen in het tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek, dec. 2000, p 111-117. We strijken neer op een terras en genieten van de warmte en de drukte.

Wat is er toch aan de hand in deze stad? Nou niks bijzonders – zo is het bruisende leven en zo leven ze er bruisend. En wij? Wij doen mee. Feilloos vinden we, alweer dankzij de GPS, vlakbij dat terrasje onze kamer in . We hebben een hele middag voor ons om op de beroemde Joodse begraafplaats een kiezelsteentje te leggen, om net als toen – beiden waren we eerder in Praag – de tijd op het beroemde astronomisch uurwerk af te lezen, om over de met tal van barokke beelden versierde Karelsbrug te lopen en ons neer te vlijen op een klein terras met een grote bier en te besluiten die avond een concert bij te wonen in de Spaanse synagoge, the most beautiful synagogue in Europe. Zie de foto van het schitterende interieur.

20120814_112708
20120813_185141-1

De Karelsbrug terzijde uit 1320 heeft het voor die tijd kenmerkende uiterlijk van een Romeinse stenen brug met halfcirkelvormige bogen met een kleine overspanning en brede pijlers.

Rinus en ik luisteren daar – zonder keppeltje op ons hoofd – naar muziek van Gershwin en Bernstein, gespeeld door een swingend stel blazers. Later tijdens een excursie in Nederlands mooiste synagoge, in Enschede.. (een der vele locaties waar ik ooit woonde en zelfs een beetje Tukkers leerde verstaan. Ten overvloede deze Hagenaar is aan de Zaan geboren, de streek waar onze Industriële Revolutie begon), .. in Enschede verneem ik dat de wijding van zo’n godshuis na een jaar ophoudt als die niet als zodanig meer in gebruik is.

Met beelden en geluiden vers in ons geestelijk archief gaan we slapen om de volgende morgen alweer op te gaan in een zinderend HopOn-HopOff gebeuren. Sightseeënd Praag in de Oude Stad, over de Moldau naar het hooggelegen Burchtcomplex met als absolute topper de St Vituskathedraal (eerder al maakte ik u attent op de foto van het interieur met de ranke bundelpijlers en het gotische hoogkoor). Verder opstappend op de Open Topper naar het Wenceslasplein, waar Jan Palach zich ooit in brand stak als protest tegen de Russische overheersing. Druk is het er, alweer druk, verkeer, luxe winkels en hotels en warm. Een half miljoen mensen kan het bergen, maar wat een verschil met het onbetwist mooiste plein van Europa; het rustiek ingetogen Lange Voorhout – op een steenworp van mijn Haagse stulp.

Ach, ook dit laatste deel kan op geen stukken na bevatten wat wij die anderhalve dag opdeden aan indrukken en – afgezien van een paar fotootjes – houd ik het maar bij die ontmoeting met een Hollandse familie. Hoe ze bij de Burcht konden komen, was hun vraag en wij enthousiast vertellen wat ze konden verwachten. Hoorde ik feilloos waar ze vandaan kwamen en bevestigden zij verrast mijn vraag: En wanneer bint wie weer in Ĕnsche?

20120814_100640-1

Slechts aanstippen kan ik de Praagse sterrenkundigen Tycho Brahe en Johannes Kepler, het standbeeld van de reformator Johannes Hus – zie op fotootje de fiere Hussietenvoorganger, van de Dada-beweging en de schrijverstalenten Kafka en zeker ook Hrabal – van al deze namen vind je sporen terug in de stad. Lees daarover en over nog veel meer boeiends: Angelo Maria Ripellino’s Magisch Praag. Amsterdam 1973.

Foto0102

Maar alles stroomt – in ons geval langs de Moldau, even boven Praag uitstromend in de Elbe. Hebben we ons vertrek verkend op het station, zie het fotootje, gaan we ieder nog even de stad in. Kan ik niet slagen met iets typisch voor m’n Lief en koop dan maar een paar zwarte sexy sokken. Netkousen natuurlijk, maar alle omhulsels die zij rond haar stevige stelten drapeert, noem ik sokken. Heb ik het voorrecht dit jaar te vertoeven in Wenen, Boedapest en Praag, lukt het me niet in de meest fascinerende van deze kapitale steden iets karakteristieks te vinden?!

Maar goed, dan de terugreis in een coupé, die we delen met twee mannen en een vrouw. De laatste, een fraaie jongedame, heeft niet meer van zichzelf bloot gegeven dan haar Koreaanse nationaliteit. Boven onze hoofden hield ze het bij leeswerk alvorens zich te rusten te leggen.

Foto0110

Op de foto met de vrolijke mannen ziet u als u goed kijkt haar vrijelijk neerhangende manen, rechtsboven voor het rolgordijn. De reisgenoten laten zich vrolijk kieken, hebben het andere Praag leren kennen en blijken praatgrage gasten. Guus is wielrenner, wil echter geen prof worden en zijn maat is muzikant van professie. De internationale trein dendert gezellig langs berg en dal en over rivieren. Rinus en ik eten een duur broodje knakworst en een kop soep – letterlijk van de vloer want de pantry blijkt dicht. En dan valt de nacht en worstelen we ons op een britsje klimmend in het bedgerei. Langzaam vult de coupé zich met onze – laten we zeggen – geuren en geluiden. Later in de nacht moet ik aan mijn negatief geformuleerde lijfspreuk denken:

De meeste mensen laten zich in slaapwagens door het leven sleuren – juist als we van Berlijn slechts wat nachtelijke glimpen opvangen. Ooit op weg naar vm. Joegoslavië las ik in vm. opinieblad De Nieuwe Linie het citaat over die slaapwagens. Het was van prof. G. Leene, socioloog aan de vm. Landbouwhogeschool Wageningen. En dan te bedenken dat het massatoerisme naar vooral de zon nog op gang moest komen, ver voor Ilja L.P.’s Grand Hotel Europa.

In het glorend ochtendlicht van de jongste dag onzer reis naderen we met een uur vertraging station Utrecht, stappen over en een half uur later in Gouda neem ik afscheid van Rinus die naar huis en haard keert per pedaal. Popelend klopt mijn hart als we de residentie naderen – grootsteedse uitstraling anno 2012 met hoog torenende werken in aanbouw. Maar daar heb ik even geen oog voor – moet u tenslotte deelgenoot maken van dat prangende geheim haar geen dag te kunnen missen…

Ach lezende reisgenoten, welk een hartverscheurend tafereel deed zich toen aan mij voor, voor Den Haag-Centraal, voor de verbaasde passanten.

Staat zij er – in volle glorie –

Maria met glas wijn aan vooravond

‘en… voor een moment versteend, als een prachtig standbeeld, keek ze hem in de ogen, snikte het toen ineens uit, en met een overdonderend vrouwelijke heftigheid zoals alleen is voorbehouden aan een onbaatzuchtig grootmoedige vrouw, geschapen voor de prachtigste zieleroerselen, sloeg ze haar wonderschone sneeuwwitte armen om hem heen, viel hem om de

hals en begon te huilen.’

Uit Gogols Verzamelde werken, deel 1. Amsterdam 2012. p. 324 – waar we op pagina 325 nog lezen:

‘Hij merkte hoe haar betoverende mond hem met de zoete warmte van haar adem omgaf, hoe haar tranen onafgebroken op zijn gezicht druppelden en haar losgeraakte geurige lokken hem met hun donkere glanzende zijde omhulden.’

Cornelis de Kler

bewerkte deze serie Alles Stroomt uit 2012 ten behoeve van een blog in Fietspraat van

En hij mailt u op verzoek de voorgaande deeltjes:

Den Haag, najaar 2019.